09 228 03 33 - FAX: 09 273 79 40

Richtlijnen voor voorschrijven en terugbetaling

Alle vermeldingen van het gepubliceerde model van aanvraagformulier voor een onderzoek medische beeldvorming (bijlage 82 bij de Verordening) zijn verplicht, maar u kan ervan afwijken wat de lay-out betreft of vermeldingen toevoegen:
Het betreft  het voorschrijven van onderzoeken medische beeldvorming uit artikel 17 en 17bis van de nomenclatuur de geneeskunde verstrekkingen.

 

Maak één aanvraag per diagnostische vraagstelling.

 

Wat moet u op het voorschrift medische beeldvorming vermelden?

De nieuwe nomenclatuurregels leggen er de nadruk op dat u, als voorschrijver:
  • de diagnostische vraagstelling zo duidelijk mogelijk beschrijft
  • de nodige klinische inlichtingen vermeldt zodat voor de radioloog de klinische context duidelijk is
  • een of meerdere onderzoeken voorstelt
  • ook andere inlichtingen die belangrijk kunnen zijn voor de radioloog toevoegt. Dit omvat minstens een eventuele zwangerschap, de aanwezigheid van allergieën, diabetes, nierinsufficiëntie, implantaten.
  • de eerder uitgevoerde relevante onderzoeken vermeldt, in zoverre ze bekend kunnen zijn
  • Vergeet uw stempel niet, met minstens vermelding van naam, voornaam, adres en RIZIV-nummer en uw handtekening. Vermeld ook bij voorkeur een telefoonnummer om u te contacteren.

Vanaf 1 april 2014 wordt aan de radioloog de mogelijkheid geboden tot substitutie van het voorgestelde onderzoek door een meer aangewezen onderzoek. Op basis van de expertise, bestaande richtlijnen en de specifieke klinische context van de patiënt dient de radioloog het voorschrift te beoordelen vooraleer het wordt uitgevoerd.

De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van een onderzoek medische beeldvorming wordt hierbij een gedeelde verantwoordelijkheid. Enerzijds verschaft de voorschrijver alle nodige inlichtingen en stelt een duidelijke diagnostische vraag. Anderzijds voert de radioloog het meest aangewezen onderzoek uit en verantwoordt dit in het protocol. Op deze manier deelt deze laatste ook zijn expertise met de voorschrijvers en geeft, ook aan de patiënt, de nodige toelichtingen indien een ander dan het voorgesteld onderzoek wordt uitgevoerd.

Deze wijziging vindt u terug in art. 17, § 12, 3° van de nomenclatuur.

  • Een RX thorax mag preoperatief bij verzekerden van minder dan 45 jaar slechts vergoed worden bij aanwezigheid van een ernstige cardiorespiratoire aandoening, waarvan de ASA-klassering in het medisch dossier moet bewaard worden.
  • Een RX LWZ is vergoedbaar indien het voldoet aan de indicaties beschreven in het referentiedocument «Richtlijnen voor het goed gebruik van medische beeldvorming » voorgesteld door het Consilium Radiologicum en gepubliceerd bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
    Samengevat komt het neer op deze indicaties:
    • ACUTE RUGPIJN
      • Osteoporotische indeukingsfractuur
      • Trauma
      • Zonder trauma: niet in de eerste 7 weken, tenzij RX nodig voor manipulatie of infiltratie
    • CHRONISCHE RUGPIJN  (NIET voor degeneratieve veranderingen want deze zijn algemeen en niet-specifiek)
      • Structurele afwijkingen (bvb spondylolisthesis)
      • Inflammatoir beeld (bvb spondylitis ankylosans)
      • Metabole botziekten (bvb osteomalacie, Paget)
      • Infectieus beeld (bvb spondylodiscitis)

Indien van deze indicaties wordt afgeweken, wordt de omstandige motivatie hiervoor in het medisch dossier bewaard. De verstrekking is niet aanrekenbaar voor aspecifieke lage rugpijn en kan pas na een tijdvak van één jaar opnieuw worden aangerekend. Als het onderzoek binnen het jaar om medische redenen dient te worden herhaald, dan moet de motivering in het dossier van de patiënt ter beschikking zijn van de adviserend geneesheer.

Eén aanvraagformulier per klinische vraagstelling AUB.

Volgende echografieën kunnen niet gecombineerd worden met een andere echografie op 1 dag:

  • Echografie van een gewricht
  • Transrectale echografie van de prostaat
  • Transvaginale echografie van de uterus en adnexen
  • Echografie van de hals of schildklier
  • Echografie scrotum
  • Aan één van onderstaande toegestane combinaties kan niet nog een echografie worden toegevoegd

Wel toegestane echografie combinaties op 1 dag:

  • Totaal abdominaal onderzoek (lever, galblaas, milt, pancreas, nieren of bijnieren, retroperitoneum) inclusief eventueel gebruik van dopplertechnieken.
  • Complete urinaire echografie (nieren, ureters en blaas) inclusief gebruik van dopplertechnieken.
  • Bilateraal kleurenduplexonderzoek van de arteria carotis en van de arteria vertebralis en kleurenduplexonderzoek van de diepliggende thoracale en/of abdominale en/of pelvische bloedvaten en/of bloedvaten van de ledematen.
  • Bilateraal kleurenduplexonderzoek van de arteria carotis en van de arteria vertebralis en echografie van één van de volgende streken : schedelinhoud (transfontanellair), thorax, borsten, lever-galblaas, pancreas-milt, nieren-blaas, retroperitoneum, grote abdominale vaten, totale bovenbuik, mannelijk of vrouwelijk bekken.
  • Echografie van minstens twee verschillende anatomische regio’s : schedelinhoud (transfontanellair), thorax, borsten, lever-galblaas, pancreas-milt, nieren-blaas, retroperitoneum, grote abdominale vaten, mannelijk of vrouwelijk bekken.
  • Bilateraal kleurenduplexonderzoek van de arteriële en/of oppervlakkige en diepe veneuze bloedvaten van de ledematen en echografie van één van de volgende streken : schedelinhoud (transfontanellair), thorax, borsten, lever-galblaas, pancreas-milt, nieren-blaas, retroperitoneum, grote abdominale vaten, totale bovenbuik, mannelijk of vrouwelijk bekken.

 

HOOG-RISICO PATIËNT

Vanaf 1 februari 2016 komen vrouwen met een hoog risico op borstkanker (life-time risk ≥ 30% gebaseerd op de criteria van het KCE 172A rapport) en zonder symptomen in aanmerking voor een jaarlijkse screeningsmammografie, screeningsechografie van de borsten en/of screenings NMR van de borsten met een volledige terugbetaling door het RIZIV. Dit ongeacht de leeftijd van de patiënte.

De risicofactoren die wijzen op een sterk verhoogd risico moeten door de voorschrijver éénmalig via een notificatieformulier ter kennisgeving opgestuurd aan de adviserend geneesheer: Attest hoog-risico borstonderzoek

Op het radiologievoorschrift moet het sterk verhoogd risicoprofiel telkens vermeld worden.

Een herhaling van deze screeningsmammografie en/of echografie binnen het jaar, indien nodig, kan met een volledige terugbetaling voor de patiënte mits dit door de voorschrijver wordt gemotiveerd in het patiëntendossier. 

 

Het onderzoek wordt vergoed bij volgende patiënten :

1° vrouwen van meer dan 65 jaar met een familiale geschiedenis van osteoporose namelijk een heupfractuur bij familie van de eerste of tweede graad;

2° ongeacht de leeftijd of het geslacht, indien één of meer van de volgende risicofactoren aanwezig zijn :
a) niet oncologische low impact wervelfractuur;
b) antecedent van een perifere low impact fractuur met exclusie van fractuur ter hoogte van vingers, tenen, schedel,
gelaat of van de cervicale wervelzuil;
c) patiënten met een voorgeschreven corticotherapie van meer dan drie maand opeenvolgend aan een equivalent van
> 7.5 mg prednisolone/dag;
d) oncologische patiënten onder anti-hormonale therapie of in menopauze als gevolg van de oncologische therapie;
e) patiënten met minstens één van de volgende risico aandoeningen :

1° reumatoïde artritis;
2° evolutieve niet behandelde hyperthyreoïdie;
3° hyperprolactinemie;
4° langdurig hypogonadisme (inbegrepen therapeutische orchidectomie of langdurige behandeling met een «
gonadotrophine-releasing-hormone » (GnRH) analoog);
5° renale hypercalciurie;
6° primaire hyperparathyreoïdie;
7° osteogenesis imperfecta;
8° Ziekte/Syndroom van Cushing;
9° anorexia nervosa met Body Mass Index < 19 kg/m2;
10° vroegtijdige menopauze (< 45 jaar).

Het onderzoek kan herhaald worden na vijf jaar volgens dezelfde toepassingsregels.

De aanvragende arts deelt in alle gevallen de volgende klinische risicovariabelen mee aan de uitvoerende arts namelijk de exacte leeftijd, het geslacht, het gewicht, de lengte, al dan niet vroegere fracturen, heupfracturen bij verwanten tot de tweede graad, roken, gebruik van corticoïeden, reumatoïede arthritis, secundaire osteoporosis en het gebruik van meer dan 3 eenheden alcohol per dag.

De uitvoerende arts is vergund door het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en voldoet aan de regelgeving van het ARBIS (koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen).

De DXA-resultaten worden uitgedrukt onder vorm van gestandaardiseerde BMD-waarden.

De uitvoerende arts berekent op basis van de uitslag van de osteodensitometrie en van de klinische risicovariabelen meegedeeld door de aanvrager met behulp van het FRAX-algoritme een globaal fractuurrisico.

Frax is een algoritme ontwikkeld door het Wereldgezondheidsorganisatie Collaborating Centre for Metabolic Bone Diseases, gelocaliseerd in de University of Sheffield Medical School die een 10 jarige probabiliteit op een fractuur berekent en uitdrukt in een percentage.

Volgende onderzoeken zijn terugbetaald door de mutualiteit:

  • CT van het maxillofaciaal massief (inclusief sinussen) en/of de temporomandibulaire gewrichten
  • dental CT (indien voorgeschreven door een specialist in de de stomatologie, kindergeneeskunde, urgentiegeneeskunde, acute geneeskunde, de arts houder van het brevet acute geneeskunde en de tandarts)
  • (Artro-)CT van de voet/enkel/knie/hand/pols/elleboog (indien voorgeschreven door een specialist)
  • CT van de rostbeenderen en gehoorbeentjes (indien voorgeschreven door een specialist in de otorhinolaryngologie, neurochirurgie, neurologie, kindergeneeskunde, urgentiegeneeskunde, acute geneeskunde en de arts houder van het brevet acute geneeskunde)